Velen zijn opgegroeid met Bijbelverhalen, psalmen en gezangen.
Wat is er overgebleven van het geloof waarmee we ooit zijn grootgebracht?
(Want) op school leerden we al over Charles Darwin, en de evolutietheorie.
Later hoorden we over Sigmund Freud, en de psychologie.
Over de inzichten van de moderne wetenschap.
We leerden kritische vragen stellen.
Want twijfel brengt ons verder.
Betwijfelen is de basis van de moderne wetenschap.
En daarmee van het moderne leven – het dagelijks leven van ons allemaal.
Maar toch, op twijfels zitten de meesten van ons niet te wachten.
Als mensen zoeken we nu eenmaal houvast – de een nog meer dan de ander.
Houvast in onzekere tijden, zo niet bange tijden.
De overzichtelijke (?) wereld van onze jeugd bestaat allang niet meer.
En zoals al eerder de aarde niet het middelpunt van het heelal bleek te zijn,
blijkt de mens ook niet het einddoel van deze schepping
(als er al een doel van de schepping zou zijn).
En, nu blijkt ons bewustzijn nauw verweven met ons brein –
of zoals sommigen zeggen: onze hersenen genereren ons bewustzijn.
Ook religieuze ervaringen blijken meetbare processen in onze hersenen.
En de meeste bijbelverhalen zijn wat ze zijn: verhalen –
dus geen betrouwbare verslagen van historische gebeurtenissen.
En de hemel bevindt zich trouwens ook niet ergens boven de wolken –
als er al een hemel bestaat…
De Duitse socioloog Max Weber noemde dit: de ‘onttovering van de wereld’.
Die Entzauberung der Welt
De mens is de wereld steeds zakelijker en technischer gaan begrijpen,
waardoor er geen ruimte meer is voor mysterie en verbeelding.
En zo verdween –met het mysterie en de verbeelding–
ook God steeds verder uit ons leven.
Maar wat als die ‘onttovering’ nou eens niet het einde van het verhaal is?
Wat als zij juist een ‘doorgang’ vormt?
Niet terug naar vroeger, maar juist verder, de diepte in?
We gaan vanmorgen met elkaar op zoek naar het mysterie.
Als gezegd, de moderne wetenschap heeft ons mensbeeld ingrijpend veranderd.
Bioloog Charles Darwin liet zien dat wij niet buiten de natuur staan.
Wij mensen zijn niet op een eigen, aparte, zesde dag geschapen.
Wij zijn geen wezens die losstaan van de rest van het leven.
Wij zijn familie van alles wat leeft ‘op deez’ aard’.
Sterker, wij bestaan uit dezelfde bouwstenen als alles wat er is in de kosmos.
Psychiater Sigmund Freud voegde daar iets ongemakkelijks aan toe.
Wij zijn bepaald niet doorzichtig voor onszelf, integendeel.
Want ín ons leven verlangens, angsten en drijfveren…
waarvan wij ons niet of nauwelijks bewust zijn.
Sommigen noemen het demonen
.
En vandaag de dag laat hersenonderzoeker Dick Swaab ons zien
hoe diep onze persoonlijkheid en voorkeuren, talenten en kwetsbaarheden,
– incl intelligentie, seksuele voorkeur, genderidentiteit, psychiatrische aandoeningen –
verweven zijn met de ontwikkeling van onze hersenen.
‘Wij zijn ons brein’, zoals hij het noemt.
Onze mogelijkheden worden volgens Swaab grotendeels bepaald
door genetische aanleg en vroege hersenontwikkeling –
opvoeding en onderwijs kunnen daarop voortbouwen,
maar zij scheppen niet uit het niets nieuwe mogelijkheden.
Swaab kreeg een storm van kritiek over zich heen.
Niet zozeer van collega-onderzoekers.
Sterker nog, zijn ‘gelijk’ wordt steeds meer bevestigd.
Nee, het was geestig genoeg vooral uit de hoek van 'logen' en ‘sofen’.
Want vooral de filosofie en de theologie zien graag nog wat ruimte voor ‘de geest’.
Maar…we zijn minder autonoom dan wij graag denken.
Minder rationeel.
Minder ‘self made’.
Minder onafhankelijk.
Terwijl onze hedendaagse cultuur het tegenovergestelde verkondigt:
Word jezelf.
Maak jezelf.
Ontwikkel jezelf.
Verwezenlijk jezelf.
Maar wat is dat ‘jezelf’ eigenlijk?
En wat als wij ‘onszelf’ niet eens zelf gemaakt hebben?
Wat als het grootste deel van ons bestaan, lang geleden, ontvangen is?
We gaan met elkaar terug tot ver voor de moderne wetenschap.
Naar de middeleeuwen.
Niet de middeleeuwen van het bijgeloof, maar de tijd van de mystici.
Want grote mystici hebben dingen gezegd, die verrassend dichtbij klinken.
Zij waren geen neurowetenschappers (die hersenen in hele dunne plakjes snijden),
ze waren bijzonder scherpe waarnemers van de menselijke ziel.
Meister Eckhart schreef:
“Het oog waarmee ik God zie, is hetzelfde oog, waarmee God mij ziet.”
Het is een raadselachtige zin.
Maar het is ook een bevrijdende gedachte.
Want zo bezien staat de diepste diepte van ons bestaan niet los…
van de bron waaruit wij voortkomen.
De essentie van deze gedachte is dat de mens niet los van God kan worden gezien.
Het betekent dat wanneer wij in onze diepste kern God aanschouwen,
we dat doen vanuit Gods eigen bewustzijn.
God en de ziel kijken niet meer als twee aparte entiteiten naar elkaar,
maar vallen in het moment van de mystieke ervaring samen –
in één waarneming, één weten en één liefde.
En Johannes van ’t Kruis schreef:
“Om te geraken tot wat ge nog niet weet,
moet ge gaan langs de weg van het niet-weten.”
Klinkt niet als een routebeschrijving voor een control freak.
Dit is geen TomTom, of Google Maps
(“Keer hier om!”).
Als je echt iets nieuws wilt leren of bereiken, moet je jouw oude gewoontes loslaten.
Je moet durven lopen op een pad dat onbekend is en soms donker en eng voelt.
Je moet jouw eigen vaste ideeën en zekerheden durven opgeven.
Lopen op een onbekende weg vraagt om diep vertrouwen, als je het doel nog niet ziet.
Johannes noemt deze moeilijke, onzekere fase de ‘donkere nacht van de ziel’.
Het voelt leeg, en eenzaam, maar kan juist voor innerlijke groei zorgen.
En juist dat, die onzekerheid uithouden, is misschien wel
een van de moeilijkste geestelijke oefeningen, juist in onze tijd.
Want wij leven in een cultuur die antwoorden wil horen.
Waarin mensen meningen hebben.
Analyses gevraagd worden.
Verklaringen gegeven worden.
Waarin alles beheersbaar is, of moet worden.
Maar geloof begint meestal precies waar controle ophoudt.
De oude mystici brengen ons bij een vraag.
Wat verliezen wij eigenlijk wanneer oude godsbeelden verdwijnen?
Wanneer de ‘onttovering’ volledig wordt?
Verliezen wij God?
Of verliezen wij ons beeld van God?
Veel mensen hebben afscheid genomen van een God, ergens boven de wolken.
Van een God die zich niet hoeft te houden aan natuurwetten.
Een God die precies dezelfde vooroordelen blijkt te hebben…
als de gelovigen die over Hem spreken.
Het afscheid van die God is meer dan terecht.
Want om VU-hoogleraar Harry Kuitert aan te halen:
“Alle spreken van boven, komt van beneden”.
Die God hebben we zelf verzonnen, die God is mensenwerk.
Maar verdwijnt met dat oude godsbeeld, ook…
het mysterie, waarnaar dat beeld verwees?
Verliezen wij God…
of onze voorstelling van God?
Meister Eckhart bad ooit:
"Ik bid tot God dat Hij mij van God bevrijdt."
Dat moet, zeker toen, godslasterlijk hebben geklonken.
Totdat je begrijpt wat hij bedoelt:
Bevrijd mij van mijn beelden.
Van mijn projecties.
Van mijn valse zekerheden.
Van de God die ik zelf heb gemaakt (of heb overgenomen) –
opdat ik kan openstaan
voor een werkelijkheid
die groter is dan mijn begrip.
Eckhart bad om verlost te worden van zijn eigen menselijke gedachten over God,
zodat hij God, de enige echte, onbegrijpelijke bron van het leven, kon ervaren.
En dan is het nog maar een kleine stap naar de 20e eeuw, naar Paul Tillich.
Deze Duits-Amerikaanse theoloog omschreef God als:
‘het “Zijn” zelf’;
‘de grond van het bestaan’.
God als het Al.
Heel het al…
Horen we hier Spizoza doorklinken?
Terug naar de wetenschap.
Wetenschap kan ongelooflijk veel, en ook steeds meer, verklaren.
Maar hoe meer zij verklaart, hoe wonderlijker de werkelijkheid wordt.
Want hoe bestaat het, dat een universum gemaakt van sterrenstof,
uiteindelijk wezens voortbrengt, die nadenken over het sterrenstof,
waaruit die wezens zelf, zij zelf, wij zelf, bestaan..?!
Hoe bestaat het dat materie zich van zichzelf bewust wordt?
Dat vind ik eerlijk gezegd minstens zo wonderlijk
als welk wonderverhaal dan ook.
En zo zijn we weer bij de Bijbel.
Veel mensen denken dat er twee mogelijkheden zijn.
Je leest –en gelooft!– de Bijbel letterlijk
(zou ik niet doen).
Of je neemt hem niet serieus
(dat zou ik evenmin doen).
Is er nog een mogelijkheid?
De route van het mysterie?
Van ‘het Koninkrijk Gods is binnen in u’?
Van het leven als een onbegrijpelijk geschenk?
Jezus van Nazareth had –godzijdank– geen theorieën.
En hij zou zich waarschijnlijk ook een hoedje lachen om theologen –
mensen die hun leven wijden aan ‘kennis van God’…
God, u weet wel: de HEER, Hij die zich niet laat kennen.
Jezus sprak over mosterdzaadjes in de aarde.
Over desem in het brood.
Over een parel in de akker.
Over vogels, en bloemen, en kinderen.
(Daar is ie dan: Pipo de Clown! ‘Dag vogels, dag bloemen, dag kinderen’)
Jezus sprak over een verloren munt.
Over een vader op de uitkijk naar zijn ‘verloren’ zoon.
Steeds weer verwijst Jezus naar het gewone leven.
Alsof hij wil zeggen:
Het Koninkrijk zit niet verborgen achter de werkelijkheid.
Het schittert erdoorheen –
het ís er al!
Kijk maar!
"Zie de vogelen des hemels."
“Zie de leliën des velds."
Dat zijn geen lessen in biologie.
Het zijn lessen in aandacht.
Mindfulness noemen we dat vandaag de dag.
Misschien zou je zo kunnen geloven?
Terwijl we veel meer weten,
anders gaan kijken?
Beseffen dat, hoe meer we gaan weten,
hoe meer vragen er bij komen?
We zullen nooit alle antwoorden bezitten, integendeel!
‘Hoe meer je weet, hoe beter je weet, hoe weinig je weet.’
De vraag wordt dan:
Kun je leren ‘wonen’ in het mysterie –
het mysterie dat wordt gevormd door het leven zelf?
De jonge dichter Rainer Maria Rilke schreef ergens in de 19e eeuw:
“Heb geduld met alles wat onopgelost is in uw hart
en probeer de vragen zelf lief te hebben.”
Is dat niet een prachtige omschrijving van geloof-van-nu?
Niet het bezitten van antwoorden (die zijn er niet…)
maar het houden van de vragen?
Gun jezelf de tijd:
Grote beslissingen of gevoelens hoeven niet binnen één dag helder te zijn.
Beleef vragen als een reis:
Van de zoektocht naar een antwoord leer je vaak meer dan van het antwoord zelf.
Wees mild voor jezelf:
Het is oké om te leven met onzekerheid, dat maakt je nog niet dom – integendeel.
Dit betekent…
Dat je mag zoeken.
Dat je mag twijfelen.
Dat je niet alles hoeft te begrijpen.
Misschien betekent het ook dat je milder mag worden.
Voor anderen – en vooral, en eerst, voor jezelf.
Milder worden, voor mezelf en voor anderen, was op mij
de uitwerking van het lezen van de boeken van neuroloog Dick Swaab.
Het besef, dat mijn mogelijkheden,
inclusief mijn karakter, talenten en kwetsbaarheden,
grotendeels al in de baarmoeder, en in mijn eerste levensjaren, bepaald werden:
het was voor mij een onthullend, en vooral bevrijdend, inzicht.
Je hoeft je niet te schamen voor wie je bent.
Je hoeft je niet schuldig te voelen over hoe je in elkaar zit.
Dit is hoe je geschapen bent, dit is hoe je gebakken bent.
En ook, dit is waarmee je het moet doen…
Het betekent ook:
Jouw leven is je gegeven.
Jij bent het werk van de schepping.
Net als anderen het werk zijn van de schepping.
Dus wie ben jij om te oordelen over anderen, en hun levens?
Niemand heeft zelf bedacht hoe hij of zij in elkaar zit… hoe ie gebakken is.
Hoe meer je ontdekt
hoeveel van je leven ontvangen is,
hoe weinig ook je er zelf eigenlijk voor gedaan hebt,
hoe vreemder het wordt om jezelf tot maat der dingen te maken.
Het kan je helpen om je oordeel, over jezelf en anderen, terug te houden.
En, van de weeromstuit, hoe gemakkelijker het wordt om dankbaar te zijn.
Dat brengt ons tenslotte bij een oud woord:
Genade.
Een woord dat voor sommigen niet lekker klinkt.
Het klinkt als: nederig; of zelfs als onderdanig.
Genade, een woord dat klinkt als buigen…
Als in ‘Heb genade…’
Maar ‘genade’ zou wel eens verrassend actueel kunnen zijn.
Want als het leven nou eens een geschenk zou zijn,
dan begint het dus met ontvangen.
Niet met presteren.
Niet met bewijzen.
Niet met verdienen.
Maar met ontvangen –
van je bestaan.
Van je bewustzijn.
Je talenten.
Je kansen.
Je liefde.
Alles begint als een geschenk –
als een gulle gave, als genade, ‘Gratia’ –
‘Gratis, en voor niets’ (echt iets voor Nederlanders!)
Misschien is dat de diepste les
die zowel wetenschap: Darwin, Freud, Swaab;
als spiritualiteit: Eckhart, Van ’t Kruis, Rilke
(en natuurlijk Pipo de Clown!)
ons kunnen leren.
Wij zijn niet de makers van onszelf.
Ongevraagd zijn we deelnemers
in een onbegrijpelijk spel.
Een spel dat met het doorgronden ervan
steeds onbegrijpelijker wordt.
De ‘onttovering’ is een gegeven.
We kunnen ons kennen niet ontkennen.
We kunnen ons denken nu eenmaal niet stil zetten…
Maar wat denkt u dan van een geloof dat…
minder zeker is, en tegelijk dieper;
minder dogmatisch, en tegelijk rijker;
niet gericht op verklaringen
(daarvoor hebben we de wetenschap),
maar op verwondering.
Het grootste wonder is niet dat er af en toe iets gebeurt dat we niet begrijpen.
Het grootste wonder is dat er überhaupt iets ís…
Dat er sterren zijn.
Dat er leven is.
Dat er liefde is.
Dat er bewustzijn is.
Dat wij hier met elkaar zijn –
deel van een goddelijk geheel.