Lijdenstijd. Er dreigt oorlog. Of is die al begonnen? Hoe laat je je in zulke dagen niet gek maken? We weten: na Goede Vrijdag komt Pasen. Sterker nog, zonder kruisiging geen opstanding. En we weten ook: na oorlog komt vrede. Altijd weer. Net als de lente. Maar wanneer dan? En hoe kom je de tijd tot het weer vrede wordt door?
Moe van het wereldnieuws (ik weet vaak niet of ik moet lachen of huilen) kijk ik deze dagen graag muziekdocumentaires. Ze leveren volop inspiratie op, en steeds weer nieuwe ideeën om muziek te checken op Spotify en YouTube. Al kijkend en luisterend ontdekte ik een wonderlijke lijn in waar ik bij uitkom. Het blijkt steeds weer muziek te zijn waarin je kunt opgaan.
En dat kan allerlei muziek zijn. Het maakt eigenlijk niet uit welke: klassiek, jazz, pop. Zo hebben Klaus Mäkelä, John Coltrane en James Brown ineens iets gemeen. Ze maken (maakten – Coltrane en Brown zijn overleden) muziek op een intense manier. Ze gaan er helemaal in op. Ze worden de muziek. De muziek neemt hen over. Voor deze musici blijkt muziek iets spiritueels.
Klaus Mäkelä is een jonge Finse dirigent. De leeftijd van mijn kinderen. Laatst hebben Carla en ik hem zien dirigeren. We zaten pal vooraan in het Concertgebouw: de laatste, goedkoopste, slechtste plaatsen. En wat hadden we een geluk. Mäkelä stond vlakbij, op de bok, schuin voor ons. Twee uur lang zagen we iemand volledig opgaan in de muziek. En wij met hem.
Laatst vertelde Mäkelä dat samen muziek tot klinken brengen een bijna onaardse ervaring kan zijn. En, zo vervolgt hij: “Iets soortgelijks verhevens kan me bekruipen als ik werk zie van Michelangelo. Misschien is dat mijn spiritualiteit. Door grote kunst kan ik me opgetild voelen – en daardoor voel ik me des te sterker met andere mensen verbonden.”
Wat wil je nog meer? Je gaat op in de muziek die je maakt en ondertussen – misschien beter: juist daardoor – raak je verbonden met de mensen om je heen. In de pauze van dat concert vroegen we een cellist van het Concertgebouworkest wat er in hemelsnaam gebeurde. Zij zei: “Elk orkestlid telt voor hem. Hij maakt echt contact. Je bent samen.”
En dan is het maar een kleine stap naar de funk. Hûh?! Dat is toch die zwarte dansmuziek? Precies. Muziek waarbij veel mensen niet stil kunnen blijven zitten. Muziek die aanzet tot bewegen. Bedoeld om op te bewegen, om te dansen. Het swingt. Beter nog: het grooved. In de funk draait alles om de groove – met elkaar in hetzelfde ritme komen.
Ja, dus? Nou, samen in de groove komen betekent ook: je met elkaar verbinden en je samen voelen. Niet voor niets vindt funk zijn oorsprong in de zwarte kerken in Amerika. De uitbundige samenzang en de niet minder uitbundige bewegingen die er – als vanzelf – bij komen, brengen mensen samen. En dat slaat over op de hele kerkzaal.
De oorsprong van funk is dus spiritueel. En transcendent is het woord dat steeds valt wanneer muzikanten wordt gevraagd eens door te praten over dat samen muziek maken. Wat blijkt? Het kan een transcendente ervaring opleveren – juist omdat je samen opgaat in de muziek. “De muziek neemt je over.”
En zo kan muziek bijdragen aan een betere wereld. Dit is wat John Coltrane, een jazzlegende, erover zegt: “Via muziek probeer ik je ervan te overtuigen uiteindelijk de goddelijke liefde te aanvaarden, zodat je niet slechts een gevangene van de tijd blijft. Je zult een maker worden, een schepper van een betere wereld.” Hij noemt dat A Love Supreme.
Op zondagsschool leerde Coltrane dat je het Koninkrijk Gods in je draagt en dat je overal waar je komt een stukje daarvan moet achterlaten. “Ik weet dat er kwade krachten zijn. Krachten zijn die lijden en ellende veroorzaken. Maar ik wil de tegenovergestelde kracht zijn. Ik wil de kracht zijn die oprecht goed is.” Als dat geen tegengif is.
Eerder verschenen in Vrijzinnige Klanken, Remonstranten Sommelsdijk, Pasen 2026