Diep vallen – en weer opstaan
Gedragen door het leven zelf
Andre Meiresonne
03-11-2021

‘Waar ben ik mee bezig? Wat doe ik hier?’ De eerste existentiële vragen komen wanneer ik begin dertig ben. Mijn yuppenleven is opwindend en leeg tegelijk. Ik zoek verdieping maar weet niet waar die te zoeken. Eind dertig maak ik, net vader geworden, kennis met de antroposofie. Ga ook werken voor een antroposofisch bedrijf. Door mijn kennis van communicatie en marketing in te brengen op een plek die 'ergens over gaat' probeer ik zin te brengen in mijn leven. Ik maak mee hoe antroposofen spiritualiteit integreren in hun dagelijks leven. Het raakt me, en tegelijkertijd kan ik me er gevoelsmatig niet aan overgeven. Wel brengt het me een vaag besef van een andere wereld, ook al kan ik die zelf niet waarnemen of ervaren. 

Grenservaringen

Geestelijke leegte en innerlijke verwarring over gebrek aan inspiratie brengen me na mijn vijftigste enkele 'grenservaringen'. Zoals ineeens een stem die, na mijn vertwijfelde uitroep ‘Wie zit er nou op mij te wachten?!’ zegt: ‘IK zit op jou te wachten!' Of het gevoel omhuld te worden door engelenvleugels en, in een druilerige straat, in plaats van mensen overal engelen te zien. En na een nacht in een existentiële leegte, een geestelijk void, te hebben doorgebracht, ’s morgens in het donker op een besneeuwd bospad mezelf horen zeggen: ‘Ik ga nog heel wat anders doen..!’. (Wat overigens klopte, al snel stond mijn leven op z'n kop, 'waarvan akte!'). Grenservaringen die ik (juist?) leek te krijgen, wanneer ik kon erkennen dat ik het niet meer wist.

‘Wie zit er op mij te wachten?!’

‘IK zit op jou te wachten!'

Jaar van verlies

Wat me uiteindelijk de duw gaf om een volgende stap in mijn leven te zetten (of werd die voor mij gezet?) was de crisis waarin ik terecht kwam, toen een jaar van verlies aanbrak. Binnen enekle maanden verloor ik een belangrijk deel van mijn werk en een groot deel van het zicht van een oog, vervolgens overleed vrij plotseling mijn vader en mijn relatie op de klippen, ons gezin was voorbij en het huis waarin we onze kinderen hadden grootgebracht werd verkocht. Veel van wat mij structuur, veiligheid en zekerheid bood viel weg. Wat ik het opgebouwd verdween waar ik bij stond. Ik viel en bleef vallen. Die val leek niet op te houden – tot ik (eindelijk!) de bodem raakte. En daar aangeland besefte ik: dit is mijn bodem. En: ik hèb een bodem! Wonderlijk genoeg kwamen in diezelfde weken waarin ik op mijn eigen bodem terechtkwam, de kiemen van mijn nieuwe leven al op. Maar dat drong pas een jaar later tot me door. Neergang en opgang kruisten elkaar, zonder dat ik het in de gaten had.

Die val hield niet op.

Tot ik de bodem raakte.

Opnieuw begonnen

Inmiddels is mijn leven overzichtelijk en eenvoudig geworden. Ik kon een klein huis kopen, ging een masterstudie volgen en vond een nieuwe liefde. Ben vrijzinnig voorganger geworden en werk nu als ZZP-dominee. In die verwarrende tijd van 'blijven vallen', kreeg ik besef van een aanwezigheid die meer omvat dan ik me ooit kan voorstellen. Sinds ik op die bodem knalde voel me gedragen door het leven – weet ik dat ik kan vertrouwen op het leven zelf. Ik noem dat ‘God’ – in het besef dat ik eigenlijk niet goed weet wat ik dan zeg. Het zij zo. Dat neemt God me in vast niet kwalijk. Ik vermoed dat ie heel grootmoedig is. 

Naschrift: In mijn beleving is God niet iets 'van daarboven'. Iets of iemand die mij beziet en beoordeelt. Voor mij komt God niet van boven af, maar van binnen uit. Dat geeft direct een andere verhouding: niet hiërarchisch maar gelijkwaardig (wat iets anders is dan gelijk!). Hij zit mij niet te beoordelen, maar hij (zij?) kijkt toe. En ik kan vragen of ie meedoet. Me openstellen voor hulp. En daar van genieten. Met een god van binnen ben ik niet afhankelijk, voel ik me niet machteloos. Met zo’n god kan ik kan me verbinden. En levend in die verbinding heb ik geen God daarboven nodig die mij okee vindt of die me vergeeft. Op die manier kan ik mezelf goed vinden zoals ik ben, en mezelf vergeven wat ik in mijn dommigheid uitspook. Dat geeft mij kracht en vertrouwen. Met dank aan God, uiteraard.