Lowlands. Dat is de hemel op aarde.
Maar je wordt het paradijs weer uitgegooid. En wat dan?
Andre Meiresonne
28-08-2017

De warmste Lowlands ooit. De twintigste editie, in 2012. Drinkflesjes mogen mee het festivalterrein op, de brandspuit gaat over het publiek, er is een waterpistolengevecht. Het is mijn eerste Lowlands. Ik weet niet wat ik meemaak. Zoveel te beleven, zo’n groot terrein, zoveel mensen. En vooral: zoveel onbevangen plezier met elkaar. Saamhorigheid.

Het begint op vrijdagmiddag,  op de parkeerplaats. ‘Heej Andre!’ hoor ik achter me. De eerste – maar voorlopig ook de laatste – bekende die ik tegenkom. Ze geeft me een welkomstoer over het terrein en ik zie haar niet meer terug. Maar dat geeft niks, want ik voel me thuis. Instant. Wat raar is, want ik loop hier in mijn eentje tussen meer dan vijftigduizend onbekenden. 

Maar wat heet onbekend? En is dat erg? Blijkbaar niet, want ik ben prima op m’n gemak. Mensen voelen bekend. En langzaam dringt tot me door: iedereen is hier op z’n gemak! Wat zijn mensen hier ongelofelijk aardig! Ik ben op best wat festivals geweest. Maar deze stemming heb ik nog nooit meegemaakt. Alsof alle mensen hun beste zelf tevoorschijn hebben getoverd. Inclusief ikzelf. 

Op zaterdagmiddag opent Spinvis in een bloedhete Grolsch. ’Ik wil alleen maar zwemmen,’ zingt de hele tent uit volle borst mee. En dan het laatste nummer, Kom terug. Het synthesizerthema stuwt en repeteert, hypnotiserend bijna. De band is aan, de zaal is aan. Band en publiek gaan in elkaar op, de tent is een groot samenzijn.

Zout water loopt over m’n wangen – maar het is geen zweet. Ik begrijp niet waarom ik huil. Dan dringt tot me door wat ik net zag: de blik van zanger Erik de Jong naar de andere muzikanten op het podium. In zijn ogen: het lukt, het werkt! Hij kijkt zo blij, zo ontspannen en zo gelukkig – ze zijn daar zo samen. En in de tent precies zulke gezichten: het publiek kijkt net zo blij, ontspannen en gelukkig – de mensen zijn net zo samen. Dit is de hemel op aarde. 

Op zondagmiddag zegt een meisje: ’Morgen weer naar m’n werk, dan is het over.’ Ze baalt. Deze gelukzalige verbondenheid is bijna voorbij. Terug naar de stress en de sleur. De tegenstelling is te groot. En ik probeer: ‘Zou je dit gevoel mee kunnen nemen? Zo onbevangen naar je werk gaan?’ Dan zegt ze: ‘In Rotterdam..?!’

Ik blijf hopen op een hemel op aarde. En niet alleen op Lowlands, op vakantie, in de zomer. 'Misschien ben ik een dromer. Maar ik ben niet de enige.' Tenminste, dat hoop ik. Als we het samen willen, dan moet dat toch kunnen? 

Kijk hier het hele concert van Spinvis op Lowlands 2012.