Pasen leeft in Polen.
Paaswake bij de Dominicanen in Krakau.
Andre Meiresonne
15-05-2017

Krakau, Krakov, Polen. Ooit Habsburgs, nu Pools. Het is Stille Zaterdag. Overal mensen op straat. De een is op weg naar de markt – om te eten en te drinken, te feesten met bier en worst. De ander gaat naar de kerk, om te vasten en te waken. Jonge vrouwen lopen met mandjes hardgekookte eieren – voor het ontbijt, na de nachtmis. 

 

In de kerk van de Dominicanen is een opgewonden sfeer. Overal mensen, vooral jonge mensen. Ze zitten op trappen en balustrades. Door de betegelde kloostergangen komen klanken aangezweefd. Twee jongens en twee meisjes staan in te zingen. Hun stemmen klinken tot in de kerk. Monniken bewegen snel en licht door de gangen, druk bezig met voorbereidingen. In de refter verzamelen zich het koor en orkest – studenten zo te zien. De stemming is feestelijk. Over alle kruisen waaraan Jezus hangt zijn doeken gedaan, of Jezus is eraf gehaald. Jezus ligt immers in zijn graf.

Een uur later is de kerk afgeladen vol. Iedereen krijgt een kaarsje. Terwijl mensen nog naar binnen snellen maken jonge monniken buiten een vuur. Binnen in de kerk is het nu donker. Een flakkerende kaars wordt binnen gedragen. Vanaf die vlam steken mensen in een steeds wijdere kring elkaars kaarsjes aan. Langzaam licht de kerk op. ‘Het wordt licht!’ stamel ik, met tranen in mijn ogen. Dan volgen uren van staan, zitten en knielen, van luisteren, bidden en zingen. 

‘Het wordt licht!’ stamel ik, met tranen in mijn ogen.

Dan, als de kaarsen weer gedoofd zijn, gaat ineens al het licht aan. Het orgel davert, jonge monniken gooien kleren in de lucht en maken kabaal met koperen schellen. De wake duurt vier uur, aansluitend  is er midden in de nacht de paasmis. De volgende ochtend, als het licht wordt, luiden kerkklokken in de stad. Mensen lopen zingend rond de kerken. De hele paasdag door zijn er mensen, jong en oud, gezinnen met kleine kinderen, in de kerken om de opstanding uit de dood van Jezus Christus te vieren. Pasen leeft in Polen.